St. Laurent
St. Laurent is een donkere, aromatische druivensoort die van oorsprong onduidelijk is, maar tegenwoordig vooral in Centraal-Europa wordt geteeld. De lang aangehouden gedachte dat de druif verwant is aan Pinot Noir is inmiddels door DNA-onderzoek bevestigd: St. Laurent is een nakomeling van Pinot Noir en een tweede, mogelijk onbekende ouder die op Savagnin zou kunnen wijzen. Sommige bronnen wijzen naar een herkomst in de Elzas of Bordeaux, van waaruit de druif via Duitsland naar Oostenrijk zou zijn gereisd, al blijft dit punt van discussie. De naam heeft niets met geografie te maken, maar alles met de kalender: Sankt Laurent is genoemd naar de naamdag van de heilige Laurentius op 10 augustus, de dag waarop de druiven traditioneel van kleur beginnen te veranderen. Dat is opvallend vroeg vergeleken met veel andere rode druiven, en het typeert meteen het karakter van het ras: het is een vroege, gevoelige druif die zorgvuldige aandacht in de wijngaard vraagt.
Enig resultaat
Enig resultaat
Wat is St. Laurent?
St. Laurent is een donkere, aromatische druivensoort die van oorsprong onduidelijk is, maar tegenwoordig vooral in Centraal-Europa wordt geteeld. De lang aangehouden gedachte dat de druif verwant is aan Pinot Noir is inmiddels door DNA-onderzoek bevestigd: St. Laurent is een nakomeling van Pinot Noir en een tweede, mogelijk onbekende ouder die op Savagnin zou kunnen wijzen. Sommige bronnen wijzen naar een herkomst in de Elzas of Bordeaux, van waaruit de druif via Duitsland naar Oostenrijk zou zijn gereisd, al blijft dit punt van discussie. De naam heeft niets met geografie te maken, maar alles met de kalender: Sankt Laurent is genoemd naar de naamdag van de heilige Laurentius op 10 augustus, de dag waarop de druiven traditioneel van kleur beginnen te veranderen. Dat is opvallend vroeg vergeleken met veel andere rode druiven, en het typeert meteen het karakter van het ras: het is een vroege, gevoelige druif die zorgvuldige aandacht in de wijngaard vraagt.
De tros van St. Laurent is middelgroot, dicht bezet en cilindrisch van vorm, met ovale, blauwzwarte bessen. Die compacte bouw maakt de druif gevoelig voor schimmel en rot, zeker in vochtige jaren. Wijnmakers die met St. Laurent werken, moeten daarom scherp zijn op de gezondheid van het blad en de tros, en durven vaak stevig uit te dunnen om de druif de ruimte te geven die ze nodig heeft.
Hoe smaakt St. Laurent?
St. Laurent geeft wijnen met een diepe, robijn- tot bijna ondoorschijnend rode kleur, aanmerkelijk donkerder dan je van Pinot Noir zou verwachten. In de neus vind je meestal rijp donker fruit: zwarte kers, bosbes, braam en pruim, vaak aangevuld met een kruidige of licht rokerige ondertoon en soms een vleugje kruidnagel of specerij. Sommige exemplaren, vooral uit Oostenrijk, tonen daarnaast een aardse, bijna wilde toon die de lichtere Duitse versies doorgaans missen.
In de mond is de wijn tegelijk stevig en zacht: de tannines zijn over het algemeen fijnkorrelig en het geheel voelt vaak fluweelachtig aan, ondanks een merkbare structuur. Vergeleken met Pinot Noir is St. Laurent meestal krachtiger en minder verfijnd, met meer kleur en body, maar met behoud van diezelfde geurige elegantie. De stijl varieert sterk met de vinificatie: een jonge, in inox gevinifieerde versie is fruitig en direct, terwijl een op hout gerijpte St. Laurent complexer en gelaagder wordt, met tonen van chocolade of gedroogde kruiden naast het fruit.
Waar wordt St. Laurent verbouwd?
St. Laurent wordt vooral geteeld in koelere wijnstreken van Centraal-Europa, met name in Oostenrijk en Tsjechië. In Oostenrijk is het de derde meest geplante rode druivensoort, voornamelijk te vinden in Neder-Oostenrijk en Burgenland. In Tsjechië is de druif zelfs nog belangrijker: het is de meest geplante rode druivensoort van het land, verspreid over alle wijnsubregio’s in zowel Moravië als Bohemen, met een aandeel van ongeveer negen procent van het totale areaal. Daarnaast is de druif ook in de Duitse Pfalz terug te vinden, waar hij eveneens goede wijnen oplevert. Voor de precieze klimatologische en bodemkundige verschillen tussen deze streken verwijzen we je graag door naar de pagina’s over Oostenrijk en de betreffende regio’s.
De keuze van herkomst heeft grote invloed op de stijl. Oostenrijkse St. Laurent, vooral uit Burgenland en de Thermenregion, neigt naar meer kracht en een aardse diepgang. Duitse en Tsjechische versies zijn vaak lichter van toon, met een directere fruitigheid. Dat maakt de oorsprong een van de eerste dingen om op te letten wanneer je een fles kiest.
Hoe wordt St. Laurent gevinifieerd?
Door de compacte, rotgevoelige trossen wordt er in de wijngaard vaak al streng geselecteerd, en die selectie zet zich door bij aankomst in de kelder. Persen gebeurt doorgaans behoedzaam, om de aroma’s en het delicate fruit niet te beschadigen. De vergisting vindt meestal plaats in temperatuurgecontroleerde tanks van roestvrij staal, wat helderheid en fruitexpressie ten goede komt, al kiezen sommige producenten voor een deel van de gisting in open kuipen om meer extractie te krijgen.
Omdat de druif relatief kleine bessen en zachte tannines heeft, is ze bijzonder geschikt voor houtrijping: het hout voegt kruidigheid en ronding toe zonder de wijn plat te maken. Grote houten vaten of gebruikte barriques worden vaak ingezet voor gelaagdheid, terwijl strakkere, jonge stijlen liever in inox blijven om het pure fruit te bewaren. Malolactische gisting wordt regelmatig toegepast om de zuren te verzachten en de wijn een rondere afdronk te geven. Het resultaat is een druif die zich, afhankelijk van de aanpak van de producent, laat vormen tot zowel een toegankelijke, fruitige wijn als tot een serieuze, op fles verder rijpende rode wijn.
Waar past St. Laurent bij?
De combinatie van kleur, kracht en fijne tannine maakt St. Laurent een prettige metgezel bij stevigere gerechten. Denk aan wild, gevogelte met een donkere jus, of een stoofpot met veel kruiden. Ook harde, belegen kazen doen het goed naast een glas St. Laurent, omdat de tannine en het fruit tegenwicht bieden aan de zoutige, hartige smaken van de kaas.
Lichtere, fruitigere uitvoeringen lenen zich uitstekend voor gegrild vlees of een herfstige groentenschotel, terwijl de meer gerijpte, houtgelagerde versies vragen om iets rijkers, zoals een rood vleesgerecht met een geconcentreerde saus. Kruidige keukens, van een pittige goulash tot gerechten met peper en foelie, sluiten opvallend goed aan bij het specerijkarakter van de druif.
Waar let je op bij het kiezen van St. Laurent?
Let allereerst op de herkomst: een Oostenrijkse St. Laurent smaakt doorgaans anders dan een Duitse of Tsjechische, met meer diepgang en een aardser randje bij de Oostenrijkse variant. Kijk ook naar de vinificatie die op het etiket of in de beschrijving wordt genoemd. Een wijn die in hout heeft gelegen, is meestal breder en kruidiger dan een strak in inox vergiste versie, en dat verschil bepaalt sterk of de wijn past bij een lichte maaltijd of bij iets stevigers.
Een veelgemaakte fout is om St. Laurent te verwarren met een lichte, luchtige rode wijn puur omdat hij verwant is aan Pinot Noir. De kleur en body liggen vaak juist een stuk hoger, dus schenk hem niet te koel en combineer hem niet automatisch met de lichtste gerechten. Houd er ook rekening mee dat de kwaliteit sterk uiteenloopt tussen producenten: de zorg die in de wijngaard wordt gestoken, zoals opbrengstbeperking en een strenge selectie van de trossen, en de mate van handwerk in de kelder, bepalen in grote mate hoe geconcentreerd en verfijnd de uiteindelijke wijn wordt.
Veelgestelde vragen
Is St. Laurent droog of zoet?
St. Laurent wordt vrijwel altijd droog gevinifieerd. Zoete of licht zoete uitvoeringen komen amper voor; het is en blijft in de kern een stevige, droge rode wijn.
Op welke temperatuur schenk je St. Laurent?
Schenk St. Laurent op zo’n 16 tot 18 graden. Bij die temperatuur komen zowel het fruit als de kruidige tonen goed naar voren, zonder dat de alcohol of de tannine gaat overheersen. Een lichtere, jonge stijl mag iets koeler, rond de 14 tot 15 graden.
Welk glas past bij St. Laurent?
Een middelgroot bourgogneglas werkt goed, omdat de wat bredere kelk ruimte geeft aan de aroma’s van donker fruit en kruiden. Voor een lichtere, fruitige stijl kan een iets kleiner glas, zoals je bij Pinot Noir zou gebruiken, ook prima volstaan.
Hoe lang kun je St. Laurent bewaren?
Dat hangt sterk af van de stijl en de producent. Een jonge, fruitgerichte St. Laurent drink je het liefst binnen een paar jaar, terwijl een geconcentreerde, op hout gerijpte versie uit een goed jaar zeker een aantal jaren verder kan rijpen op de fles. Vraag bij twijfel gerust naar het specifieke bewaarpotentieel van de fles die je overweegt.
Met welke druiven wordt St. Laurent geblend?
St. Laurent wordt vaak als 100 procent monovarietale wijn gebotteld, maar duikt ook op in blends. Combinaties met Pinot Noir, Zweigelt en Blaufränkisch komen voor, waarbij St. Laurent kleur, structuur en een kruidige toets toevoegt aan de blend.
Welke stijlverschillen zijn er per streek?
Oostenrijkse St. Laurent, met name uit Burgenland en de Thermenregion, is doorgaans krachtiger en aardser van karakter. Tsjechische versies, waar de druif het meest verbouwd wordt, tonen zich vaak iets rechtlijniger en fruitiger, terwijl de Duitse Pfalz bekend staat om een lichtere, verfijndere stijl. Deze verschillen liggen niet alleen aan het klimaat en de bodem, maar zeker ook aan de keuzes die de wijnmaker maakt in de kelder.

